« terug naar overzicht

Transgender personen in veiligheidsmonitoring

Transgender personen in veiligheidsmonitoring

Eén op de tien Nederlanders oordeelt negatief over transgender personen. Dat blijkt uit de LHBT-monitor die 12 mei voor het eerst verscheen. Het Sociaal Cultureel Planbureau deed onderzoek naar de situatie van LHBT’ers in Nederland. Over transgender personen kon het SCP helaas niet veel concluderen, maar het rapport toont wel cijfers over de houding naar transgender personen.

Acceptatie van LHBT’ers laat, hoewel het in Nederland internationaal gezien relatief goed gaat, nog veel te wensen over. Dat bleek uit de op 12 mei verschenen (eerste) LHBT-monitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Met name ouderen, religieuze mensen en etnische minderheden blijven negatiever denken over homoseksualiteit. De acceptatie van transgender personen blijft zorgelijk.

In deze LHBT-monitor van SCP, een onderzoek dat elke twee jaar herhaald zal worden, zijn nog weinig conclusies over transgender personen te trekken. Er ontbreken daarvoor over hen onderzoeksgegevens uit bevolkingsonderzoek. Volgens SCP heeft geen enkele representatieve bevolkingsstudie totnogtoe naar een transgender achtergrond gevraagd. De monitor beperkt zich daarom tot houding tegenover transgender mensen.

In Nederland is 7% negatief over homo- en biseksualiteit (in 2006 nog 15%) en 10% is negatief over transgender personen. Dat houdt bijvoorbeeld in dat mensen vinden dat er iets mis met diegenen die zich geen man of vrouw voelen. Of dat zij vinden dat bij de eerste ontmoeting duidelijk moet zijn of men met een man of vrouw van doen heeft. In de tabel hieronder (uit de SCP-monitor) zijn opvattingen te zien (afwijkende percentages hebben te maken met verschil in antwoordopties). Iets meer dan de helft (51%) heeft een positieve houding (43% positief, 8% zeer positief) en een vrij grote groep heeft een neutrale houding (39%). Veel mensen (zeker eenderde) vinden echter wel dat transseksuele mensen zelf hun geslachtsaanpassing moeten betalen en in het algemeen zijn ze minder positief over genderambiguïteit.

opvattingen over transpersonen

De monitor baseert zich onder meer op onderzoek van Keuzenkamp et al voor uitspraken over de houding tegenover LHBT’ers. Er wordt gesteld dat voor wat betreft LHBT-specifieke ervaringen zoals ervaren discriminatie het met de meerderheid van de LHBT’ers goed gaat, maar een ‘aanzienlijke minderheid’ problemen ervaart. Veel transgender mensen melden negatieve reacties ten aanzien van hun genderidentiteit. Een op de tien transgender personen leeft overigens nooit volgens de gewenste genderidentiteit, zoals een op de vijf LHB-jongeren niemand in zijn of haar omgeving heeft die op de hoogte is van hun lhb-oriëntatie. Bekend is dat LHBT’ers relatief meer psychische problemen hebben, neiging tot suïcidaliteit en stemmings-, angst- en persoonlijkheidsstoornissen.

Naar opvattingen over transgender personen wordt zowel nationaal als internationaal veel minder onderzoek gedaan dan naar opvattingen over homoseksualiteit. De studies die er zijn, zeggen wel iets over groepsverschillen. Net als bij denken over homoseksualiteit hebben vrouwen, hogeropgeleiden, niet-religieuze personen en degenen die stemmen op progressieve partijen een positievere houding. Sociaal-demografische groepen waarin het percentage mensen met een negatieve houding naar transgender personen minstens twee keer zo hoog ligt als het landelijke percentage (10%), zijn die waarin mensen alleen de basisschool hebben afgemaakt of geen opleiding hebben (20%), beslist religieus zijn (22%) en ChristenUnie stemmen (22%).

Tegelijk met de SCP-monitor verscheen de Monitor Sociale Veiligheid in de mbo-sector. Het expertisecentrum beroepsonderwijs (ecbo) keek voor dit onderzoek ook voor het eerst naar de situatie van LHBT’ers. Zij voelen zich op mbo-scholen duidelijk minder veilig dan hun heteroseksuele medestudenten. Ze worden in vergelijking met heteroseksuele studenten ongeveer drie keer zo vaak slachtoffer van vandalisme, discriminatie en pesten, digitaal geweld, seksueel geweld en bedreiging. 23 Procent van de LHBT’ers krijgt te maken met psychisch-fysiek geweld, dat varieert van pesten tot mishandeling, tegenover 8 procent van de hetero’s. Voor veel transgender personen is het gevoel van onveiligheid op school reden de genderexpressie van het gewenste geslacht te vermijden.

Lees over beide onderzoeken een uitgebreider artikel op www.continuum.nl.