Seksuele oriëntatie

Genderidentiteit is iets anders dan seksuele oriëntatie. Als transgender persoon kun je op mannen, vrouwen, op ‘anderen’, op mensen van alle genders of op niemand vallen. Iedereen heeft een eigen voorkeur.

Ontdekken op wie je valt

Als transgender persoon kan het ingewikkelder zijn om je seksuele oriëntatie te ontdekken. Waarom?

  1. Je bent soms vooral bezig met de vraag wie of wat je zelf bent, en minder met de vraag op wie je valt.
  2. Je hebt misschien geen interesse in verliefdheid of seks omdat je je niet prettig voelt in je lijf.
  3. Je weet soms niet waarom je mannen of juist vrouwen leuk vindt: omdat je verliefd op ze bent, of omdat je zelf ook een man of juist een vrouw wil zijn.
  4. Je omgeving denkt misschien dat je homo of lesbisch bent, in plaats van transgender. Misschien dacht je dat zelf ook wel.

Weet je niet op wie je valt? Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. Neem de tijd om het te ontdekken. Je genderidentiteit ontdek je ook niet van de één op de andere dag. Vaak is dat verweven met het ontdekken van je seksuele oriëntatie .

Hokjes

Veel mensen passen niet helemaal in een hokje met hun seksuele oriëntatie. Ook bij transgender personen komt dat voor. Bijvoorbeeld:

  • Je valt vrijwel altijd op mannen. Maar soms merk je dat je je aangetrokken voelt tot een vrouw.
  • Je merkt dat je op mensen valt die niet helemaal in de hokjes ‘man’ of ‘vrouw’ passen.
  • Je valt op cisvrouwen, transvrouwen, transmannen en andere transgender personen, maar je bent nog nooit verliefd geweest op een cisman.
  • Je valt in seksuele zin op niemand. Maar je wordt wel verliefd op mensen.

Over hokjes hoef je je niet teveel zorgen te maken. Labels zijn voor kleren, niet voor mensen.

Wat is wat?

Wil je je seksuele oriëntatie wél graag benoemen? Misschien kun je uit de voeten met onderstaand lijstje. En anders verzin je gewoon een nieuw woord!

Homoseksueel

Je genderidentiteit is man, en je valt uitsluitend op mannen.

Lesbisch

Je genderidentiteit is vrouw, en je valt uitsluitend op vrouwen.

Heteroseksueel

Je genderidentiteit is man, en je valt uitsluitend op vrouwen. Of andersom: je genderidentiteit is vrouw, en je valt uitsluitend op mannen.

Biseksueel

Je valt op mannen en vrouwen, en misschien ook op mensen die zich niet als ‘man’ of ‘vrouw’ identificeren.

Bisgierig

Je bent voornamelijk heteroseksueel, maar je bent nieuwsgierig hoe het zou zijn om seks te hebben met iemand van dezelfde genderidentiteit.

Panseksueel

Je valt op iedereen, ongeacht hun genderidentiteit.

Aseksueel

Je voelt je niet seksueel aangetrokken tot personen. Misschien word je wel verliefd op mensen.

Queer

Je past niet in een hokje en je verzet je tegen de hokjesgeest.

Seksueel fluïde

Je merkt dat je seksuele oriëntatie verandert. In sommige periodes val je meer op vrouwen, in andere periodes meer op mannen.

Veranderen?

Bij de meeste transgender personen verandert hun seksuele oriëntatie niet tijdens hun (eventuele) transitie. Vielen ze vóór hun transitie bijvoorbeeld op vrouwen, dan doen ze dat na hun transitie nog steeds.

Sommigen merken wél dat hun seksuele oriëntatie (een beetje) verandert tijdens hun transitie. Hoe dat kan is niet bekend. Aan de hormonen op zichzelf ligt het in elk geval niet. Oestrogenen of testosteron kunnen er niet zomaar voor zorgen dat je je meer tot mannen of vrouwen aangetrokken voelt.

Wat kan het wel zijn?

  • Misschien kom je door je transitie steeds dichter bij je gevoel te staan. Je ontdekt nu pas écht tot wie je je aangetrokken voelt.
  • Of misschien val je als trans* man eigenlijk altijd al op mannen, maar vond je het voor je transitie onverdraaglijk om als ‘vrouw’ met een man te zijn. Of andersom.
  • Het kan ook dat je minder in hokjes gaat denken nu je met andere transgender personen in aanraking komt. Ineens blijkt er veel meer mogelijk te zijn dan je dacht.