« terug naar overzicht

Nieuwe mensenrechten voor LHBTIQ mensen?

Nieuwe mensenrechten voor LHBTIQ mensen?

Een speciaal blog van vreer over de uitbreiding van de Yogyakarta-beginselen. Vreer is transgender activist en mensenrechtendeskundige, actief voor Principle 17 en Transgender Europe.

Op 20 november 2017 is de eerst uitbreiding op de historische Yogyakarta-beginselen (YP) gepresenteerd, YP+10. De Principles zijn een autoritatieve interpretatie van mensenrechtenwetgeving met een LHBT+ lens. De oorspronkelijke beginselen werden in 2006 na een meeting in Yogyakarta, Indonesië, vastgesteld door een groep mensenrechtengeleerden en activisten.

De nieuwe ronde bevat negen nieuwe beginselen en 111 extra verplichtingen aan plichtendragers (staten). Binnen de uitbreiding ligt de nadruk op het versterken van de positie van rechten voor trans- en intersekse personen.

Jubileum

Ik was eind 2016 in Bangkok, op de ILGA World conferentie, toen daar het tienjarig bestaan van de Yogyakarta-beginselen werd gevierd, in aanwezigheid van twee van de originele opstellers: Mauro Cabral Grinspan (directeur van GATE) en prof. dr. Vitit Muntarbhorn. Vitit was in 2006 voor de Verenigde Naties de onafhankelijk expert die toezag op bescherming tegen geweld en discriminatie op grond van seksuele oriëntatie en genderidentiteit (SOGI). Medeondertekenaar Maina Kiai, UN Special Rapporteur on Freedom of Opinion and Expression (UNSRFOE) was er ook bij. Bij deze gelegenheid werd ook de update aangekondigd. In die eerste tien jaar was er veel bereikt, de Principles hebben wereldwijde bekendheid en worden vaak gerefereerd.

Naar verluidt was de creatie van de Yogyakarta-beginselen vooral het product van witte Westerse cispersonen (een zestig procent van het comité was Wit en Westers). Er deden maar twee niet-cispersonen mee van wie er een Mauro Cabral was. De ander was Stephen Whittle, de man achter de Britse Gender Recognition Act uit 2004. Dat had zowel tijdens het proces als in de resultaten duidelijke gevolgen: ondervertegenwoordiging van trans en intersekse relevante punten en interpretaties. Gelukkig maakt YP+10 dit goed.

Door de manier van formuleren staan er geen punten in die specifiek betrekking hebben  op bijvoorbeeld transgender of biseksualiteit. In mensenrechten gaat het om regels, beginselen die geschonden worden en daardoor problemen opleveren. Men kijkt naar de ondertekende beginselen uit verdragen. Bij ieder principe wordt herhaald “ongeacht seksuele oriëntatie, gender identiteit en -expressie of geslachtskenmerken” (SOGIESC) want mensenrechten zijn universeel. Er zijn geen transrechten of homorechten. In 2006 was de tijd blijkbaar nog niet rijp voor een uitgebreide inclusie van trans- en interseksespecifieke verplichtingen. Inhoudelijketoch vooral holebi in het achterhoofd.

De Verenigde Naties

Ter achtergrond: wie als LHBTI-activist of mensenrechtenprofessional een oogje houdt op ontwikkelingen in de VN, moet bemerkt hebben dat in elk geval sinds begin 21e eeuw de mensenrechten voor homo’s en lesbo’s een thema zijn geworden bij de VN. Zodanig dat op sommige momenten de Mensenrechtenraad in Genève rollebollend over straat lijkt te gaan. Bijvoorbeeld toen de positie van de Onafhankelijk Expert voor SOGI zou worden ingesteld. Dat is tot het hoogste niveau uitgevochten. Nu bij de vervanging  (binnen het driejarige mandaat) was er geen enkele proteststem – niet raar want alleen personele wisseling. Seksualiteit en gender maken een aantal stakeholders schuimbekkend woest en vals.

Binnen de VN vindt er genoeg werk plaats om mensenrechten LHBTI+ vriendelijker te maken, maar dat is niet waar de Yogyakarta-beginselen zich op richten, die gaan expliciet over de verplichtingen van staten. Want staten hebben doorgaans verscheidene mensenrechtenverdragen geratificeerd, zoals het Kinderrechtenverdrag, Vrouwenverdrag, Verdrag voor economische, sociale en culturele rechten, het Bupo-verdrag (Burgerlijke en politieke rechten), het Verdrag voor mensen met een beperking. Die geven allemaal (vrijwillig aangegane) verplichtingen voor staten. Maar vanwege hun algemene, formulering die geen rekening houdt met seksualiteit, gender of geslachtskenmerken, waren de Beginselen nodig. Ze zijn vooral een handreiking naar activisten en naar staten hoe bestaande mensenrechtenwetgeving en jurisprudentie kon worden in gezet ten gunste van gelijke rechten voor iedereen, inclusief dus LHBTI personen.

Van 2006 …

Kijkend naar wat ze inhouden, zie je een gamma aan mensenrechtenaspecten aan bod komen, vanaf het recht op mensenrechten, via het echt op leven en op erkenning, via het recht op vrije meningsuiting, vergadering, gezinsleven, tot het recht op de hoogst bereikbare standaard van gezondheid, en voorkomen van medisch misbruik. En last but not least het recht op schadeloosstelling.

Het allerbelangrijkste, het recht op leven zonder welk alle andere wegvallen, komt pas op de vierde plaats. Het gaat hier over het (gedogen van) doden of de doodstraf opleggen aan mensen vanwege hun SOGI status. Dit speelt bijvoorbeeld sterk in Indonesië en Tsjetsjenië. Van daaruit ga je naadloos naar #7: arbitraire gevangenschap wegens SOGI status.

De naam van Principle 17 komt ook uit deze Yogyakarta-beginselen voort. Het gaat hierbij om het recht op de hierboven al genoemde hoogst bereikbare standaard van gezondheid. Dit beginsel bevat negen aanbevelingen aan plichtdragers, en in de YP+10 zijn daar nog tien bijgekomen die expliciet gaan over toegankelijke publieke transspecifieke gezondheidszorg, over het recht op PEP en PrEP i.v.m. HIV, recht op abortus, etcetera. Aan beginsel #18 – bescherming tegen medisch misbruik is niets veranderd. Wel is er een toevoeging via beginsel #32, het recht op lichamelijke en geestelijke integriteit. “No one shall be subjected to invasive or irreversible medical procedures that modify sex characteristics without their free, prior and informed consent, unless necessary to avoid serious, urgent and irreparable harm to the concerned person.”

Beginsel #3 ‘Recht op erkenning voor de staat’ is uitgebreid met #31 ‘Het recht op wettelijke erkenning’, en dat is trans specifiek (en eventueel ook intersekse): “obtain identity documents, including birth certificates, regardless of sexual orientation, gender identity, gender expression or sex characteristics.” En het gaat verder dan alleen staatsdocumenten: Everyone has the right to change gendered information in such documents while gendered information is included in them.” Ook moet er een echte keuzemogelijkheid zijn en er dus met meerdere opties. Tevens accepteren de Yogyakarta-beginselen geen beperkingen. Ongeacht of je jong, oud, gek, ziek of crimineel bent, heb je recht op de juiste gendermarker. Punt.

Naar 2017

De nieuwe beginselen zijn een verdieping en completering van wat er in 2007 is gepubliceerd. Zo is er een nieuw beginsel (#30) m.b.t. bescherming door de staat. Iedereen die vervolgd (persecuted) heeft recht op overheidsbescherming, ongeacht SOGIESC status. Of de vervolging nu is door privé-partijen of door overheidsfunctionarissen, de overheid is verplicht ook mensen die vervolgd worden op grond van een onwelgevallige seksuele gerichtheid (homo/biseksueel, polyamorie) of genderidentiteit (niet erkende identiteiten en expressies als queer, flikker, butch, femme, transgender) of geslachtskenmerken (intersekse gerelateerd, doordat de geslachtelijkheid van iemand leidt tot ernstige medicalisering wegens overbodig en grievend medische handelen).

Ook is er een beginsel #35 The Right to sanitation,  het recht op geschikte toiletten – op school, op het werk (privaat of publiek), in de gevangenis. En heel belangrijk is ook het een na laatste nieuwe beginsel, beginsel #37: het recht op de waarheid. Je hebt als slachtoffer van een mensenrechtenschending het recht te weten hoe en waarom die precies plaatsvond. En dus ook recht op genoegdoening en herstel in rechten en hulp bij je leven weer op te bouwen (bijvoorbeeld nadat je gevangen bent gezet, zoals in Turkije veel gebeurt; of als je verminkt bent door gebrek aan bescherming tegen geweld)

Het moge duidelijk zijn dat de inhoud van de Yogyakarta Beginselen belangrijk is voor de thema’s seksuele gerichtheid, genderidentiteit en geslachtskenmerken. Dus voor iedereen (aseksualiteit en agender worden meegenomen in definities), ongeacht of ze holebi, trans zijn dan wel een intersekse conditie hebben. Zo werkt de universaliteit van mensenrechten.

Toepassing

Maar hoe kun je ze nou gebruiken? Hoe kun je de soft law die ze zijn nou meer invloed geven? Allereerst door ze steevast mee te nemen in je gesprekken met de overheid. Nederland heeft toegezegd de Principles te erkennen en moet daar ook aan gehouden worden.  In de overwegingen voor de wijziging van de wet op de gendererkenning speelden ze ook een belangrijke rol! Integreer ze dus in je werk. Wees gerust selectief. Met Principle 17 richt ik me ook maar op één veld (zij het in conjunctie met Principle 18, bescherming tegen medisch misbruik). Ook zijn niet alle beginselen direct handig voor ons.

En gebruik ze ook strategisch. Als je een OV-bedrijf wilt overtuigen dat ze genderinlcusief taalgebruik moeten hanteren is het misschien niet zo nuttig, wanneer je met lokale overheden spreekt over transgender en werk, dan is het mogelijk wel nuttig om ze te gebruiken (en te vertellen waar ze hun wijsheid vandaan hebben). Dus wees strategisch.

En waar ze heel goed voor zijn, is te laten zien dat zaken niet los van elkaar staan. Net als alle mensenrechten universeel en onderling afhankelijk zijn (intersectioneel werken), geldt dat hier ook.

Perspectief

Met de Principles, 3 en 31, 17 en 18 hebben we prima gereedschap om gendererkenning en zorg op maat en vanuit een mensenrechtenperspectief voor elkaar te krijgen. En zoals voor iedere professional geldt, gebruik je niet slechts één gereedschap uit je hele kist. En voor wie helemaal niets doet met rechten is het nog steeds belangrijk te weten dat je recht hebt op rechten, en te weten dat je rechten zijn aangescherpt.