« terug naar overzicht

Waarom discriminatie melden? Lisa & Samira aan het woord

Waarom discriminatie melden? Lisa & Samira aan het woord

TNN roept trans personen op om altijd melding te maken van discriminatie of om aangifte te doen. Maar waarom zou je die keer dat je vanwege je trans-zijn werd uitgescholden of een cafe niet in mocht eigenlijk melden? Wat kunnen de verschillende instanties doen, en wat gaat er goed en wat gaat er mis in de afhandeling? Deze en andere vragen staan centraal in een serie (video)blogs met ervaringsverhalen van trans personen en verhalen van de professionals over wat zij doen met meldingen. We trappen af met de ervaringsverhalen van Lisa en Samira.

 

Lisa: Taxibedrijf op vingers getikt

Lisa werd bij talloze sollicitaties afgewezen, hoogstwaarschijnlijk vanwege haar trans-zijn. Toen ze werd geweigerd door een taxibedrijf omdat haar transgender uiterlijk klanten zou afstoten, was de emmer vol. Zij besloot er een zaak van te maken bij het College van de Rechten van de Mens: met succes. Ze won. Bekijk  hieronder de video.

 

 

Samira: Weggepest uit haar buurt

“Ik wil graag mijn verhaal met jullie delen, een verhaal wat helaas in Nederland nog te vaak voorkomt. Mijn verhaal is eigenlijk nog niet afgesloten. Na al die jaren is er nog steeds geen oplossing.

Ik ben een transvrouw met een biculturele achtergrond.  Op mijn 18e ben ik begonnen met mijn transitie. Ik woonde toen nog in Brabant, mijn geboorteprovincie. Maar na mijn besluit om in transitie te gaan, wilde ik ook een nieuwe start maken op een plek waar niemand mijn verleden kende. Het werd Amsterdam. Daar zou ik volledig mijzelf kunnen zij. Dat dacht ik althans. Helaas bleek het imago van Amsterdam niet altijd werkelijkheid te zijn.

Ik verhuisde naar Nieuw West Slotermeer en heb daar een tijdje rustig kunnen wonen. Helaas ging het nu al weer bijna zeven jaar geleden, in 2010, helemaal mis. Wat de precieze concrete aanleiding was van het groepje jongeren om te starten met mij te treiteren en te intimideren weet ik nog steeds niet, maar vanaf die zomer werd ik bijna dagelijks lastiggevallen door die jongeren.  Ze maakten mijn leven zuur: ik werd uitgescholden en bespuugd, en ik vond uitwerpselen in mijn brievenbus. Soms luisterde ik uren naar de door hun geforceerde bel, omdat ik te bang was om naar beneden te lopen. Ik voelde mij neerslachtig, bang en ervoer onmacht.

Verdoofd van angst durfde ik lange tijd geen aangifte te doen.

Uiteindelijk heb ik eind 2010 begin 2011 met hulp van een dame van het COC aangifte gedaan bij het politienetwerk roze in blauw. Ik werd daar zeer goed en vriendelijk te woord gestaan en had toen de hoop dat er misschien een eind zou komen aan deze nachtmerrie. Maar helaas. Naar aanleiding van  mijn aangifte kwam er een wijkagent uit mijn wijk langs die eigenlijk het tegenovergestelde was van wat ik had ervaren bij roze in blauw. Deze agent durfde me amper aan te kijken en ik merkte dat hij zich ongemakkelijk voelde vanwege het feit dat ik transgender was. Tevens gaf hij aan dat ze mij moeilijk konden helpen. Behalve als ik foto’s had van de daders. Iets wat ik niet durfde te maken.

Door deze slechte ervaring, heb ik nooit meer aangifte gedaan. Samen met dezelfde dame van het COC heb ik een gesprek gehad bij mijn woningbouwvereniging. Maar ook daar stoot ik tegen een muur op. Zij konden niets voor mij betekenen. Het hoorde gewoon bij het wonen in de wijk. En ze verwezen mij door naar de gemeente.

Totaal gefrustreerd omdat tot nu toe niemand mij wou helpen, heb ik toen een urgentieverzoek ingediend bij de gemeente Amsterdam. Zo wilde ik ontkomen aan de kwelgeesten. Ik werd uitgenodigd door een ggd-arts om mijn zaak door te spreken. Ook dit was geen ervaring om naar huis over te schrijven. Deze meneer meende dat er toch niet zoveel aan de hand was. Ik was toch niet fysiek aangepakt door de groep jongens? Gedroeg ik mij misschien te flamboyant? Ik moest namelijk wel rekening houden met de samenstelling van de wijk waarin ik woonde. Of probeerde ik op een makkelijke manier doorverwezen te worden naar een woning in hartje Amsterdam? Tenenkrommend en deze manier van behandeld worden raakte mij diep. Niet alleen schoof iedereen het probleem van zich af, ze namen mij totaal  niet serieus.

Was dit nu Amsterdam, de stad waar ik naar toe kwam om mijzelf te zijn? Zij lieten het gewoon gebeuren.

Ik kwam in een zware depressie terecht, kwam nooit meer buiten en leefde altijd in angst voor die groep jongens. Een consultant van dienst werk en inkomen gaf mij de mogelijkheid om met behoud van uitkering bij familie buiten Amsterdam te verblijven. Ondertussen was  ik al bijna drie jaar verder.

Maar deze tijdelijke oplossing werd herroepen door een collega consultant. Ik moest binnen een maand een keuze maken. Of terugkomen naar mijn huis in Amsterdam waaruit ik was weggepest, of blijven wonen in Tilburg en mij in die gemeente inschrijven.  Die keuzedruk had natuurlijk te maken met financiën: een gemeente wil niet betalen voor iemand die eigenlijk in een andere gemeente woont. Maar het voelde wel heel zuur: ik wilde helemaal niet weg uit Amsterdam! Ik wilde alleen dat er een oplossing kwam voor het getreiter!

Toch heb ik gekozen, na overleg met familie en vrienden, in Tilburg te blijven. Mijn geestelijke gezondheid ging voor. Ik was moegestreden. Niet alleen door het getreiter van de jongens, maar ook van de strijd die ik steeds met allerlei organisaties moest voeren. Eerste prioriteit was: herstellen van mijn depressie. Maar na de ergste dalen te overkomen hebben, begon mijn onvrijwillige vertrek uit Amsterdam heftig te knagen. Voor mijn gevoel was ik gedwongen terug te keren naar mijn geboorteplaats. En daar loop ik regelmatig tegen mijn verleden op, aangezien veel mensen mij van voor mijn transitie kennen. Ik was niet voor niets naar A’dam verhuisd!

Ik pakte de strijd opnieuw op en diende een verzoek in om een woning toegewezen te krijgen in Amsterdam. Daarop ontving ik een bruuske afwijzing. De gemeente ging geheel voorbij aan mijn voorgeschiedenis.

Vijf jaar nadat het groepje jongens mijn woongeluk verstoorde, ben ik nog steeds bezig een eigen plek te bemachtigen in de stad die ik noodgedwongen heb verlaten.

Na een lange juridische weg ligt mijn zaak momenteel bij de ombudsman in Amsterdam. Deze doet haar uiterste best om de dichte deuren waar zij tegen aanloopt bij de gemeente en de woningbouwvereniging te openen. Helaas neemt niemand verantwoordelijkheid en is de gemeente vooral bang precedent te scheppen. Toch weiger ik op te geven. Het kan niet zo zijn dat als je weggetreiterd wordt uit je buurt, je het verder zelf maar moet uitzoeken. Ik hoop met de steun van de ombudsman toch nog een oplossing met de gemeente te vinden. De gevolgen van treiteren staan in ieder geval nu goed op het netvlies van de gemeente, ook al heeft het voor mij individueel nog weinig opgeleverd.

Raad ik na deze hele geschiedenis die nog voortduurt iedereen nog steeds aan om incidenten te melden en/of aan te geven? Daar volgt, paradoxaal misschien, een hartmondig ja op. Trek bij zoveel mogelijk organisaties aan de bel, blijf bellen en bezwaren schrijven, en laat je niet aan de kant schuiven.

Mogelijk was mijn aangifte serieuzer genomen als er meer meldingen waren gedaan van de overlast van de jongens, of wanneer getuigen hiervan dit bij politie of andere instanties hadden gemeld.

Maar ook: laat het TNN weten waar de instanties steken laten vallen, zodat zij de instanties direct hierop kunnen aanspreken.

Ik zal deze blog updaten zodra er uitsluitsel is over mijn zaak en ik hoop dat er een positieve oplossing komt en dat ik kan terugkeren naar Amsterdam de stad waar ik weer hoop mezelf te kunnen zijn!

 

Elke week verschijnt er een nieuwe blog en/of video. Volgende week donderdag: Hanna, consulent discriminatiezaken van het antidiscriminatiebureau Artikel 1 Midden-Nederland.

Meld hier discriminatie bij TNN; zij kan je adviseren en eventueel doorverwijzen. Of gebruik het stroomschema om zelf  uit te zoeken waar je het beste terecht kan.