« terug naar overzicht

Van der Toorn belicht onderzoek leerstoel LGBT Workplace Inclusion

Van der Toorn belicht onderzoek leerstoel LGBT Workplace Inclusion

Prof. dr. Jojanneke van der Toorn is bijzonder hoogleraar LGBT Workplace Inclusion aan de Universiteit Leiden. Ze sprak vrijdag 6 april 2018 haar oratie uit.

“Heteronormativiteit is de lens waardoor de wereld wordt bekeken”, stelt Jojanneke van der Toorn in haar oratie. En, voegt ze eraan toe, “waardoor deze wordt beoordeeld en veroordeeld”. Ze wijst erop dat veel mensen die zeggen tolerant te zijn en vóór gelijke rechten soms toch een transgender collega afkeuren of (onbewust) kwetsende opmerkingen maken over homoseksualiteit. Om de inclusie van lhbt-mensen op het werk te bevorderen, is volgens haar inzicht nodig in de sociaal-psychologische mechanismen die ten grondslag liggen aan hun stigmatisering. Daar gaat haar leerstoel bij de Universiteit Leiden over. *)

Inclusie op het werk betekent volgens Van der Toorn dat werknemers het gevoel hebben dat ze erbij horen én dat ze zichzelf kunnen zijn. Het betekent ook dat lhbt’ers open kunnen zijn over hun persoonlijk leven. Dat ze dat niet angstvallig wegstoppen. Maar het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) constateerde dat transgender personen vergeleken met de rest van de Nederlandse bevolking veel moeilijker aan het werk komen. Bovendien ervaren ze er vaak hinderlijk gedrag zoals flauwe grappen en kwetsende opmerkingen van collega’s.

Angst en depressie

En zoals gezegd, is er de verwachting van de heteronorm. Mannen zijn mannelijk en vallen op vrouwen en vrouwen, vrouwelijk en vallen op mannen. “Val je buiten dat beeld, omdat je homoseksueel of transgender bent, dan moet je dit steeds weer benoemen. Als anderen bijvoorbeeld de verkeerde aanspreekvorm gebruiken of naar je vrouw informeren, dan ben jij degene die hen moet corrigeren of ze moet vertellen dat je een man hebt.”

De gemakkelijke oplossing voor een groot deel van de groep is om maar voor hetero- of cisgender door te gaan. Bijvoorbeeld om discriminerend gedrag van collega’s te voorkomen. Dat kan helpen. Maar die instelling geeft vaak veel druk, ontevredenheid, minder betrokkenheid met het werk en ook angst en depressie.

De oplossing, stelt Van der Toorn, is niet dat lhbt’ers toch uit de kast moeten komen op het werk, want dat is een persoonlijke beslissing. Maar die ligt “in het creëren van een werkklimaat dat ruimte laat voor de individuele voorkeur van werknemers om persoonlijke informatie al dan niet te delen.” Of, met andere woorden, “een inclusief klimaat waarin iedereen erbij hoort én zichzelf kan zijn ongeacht seksuele oriëntatie en genderidentiteit.” Een klimaat dus waar verschillen gewaardeerd worden.

Subtiele vooroordelen

Maar helaas, het creëren van een inclusief klimaat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Veel organisaties willen wel, maar het vraagt een verandering bij mensen die verder reikt dan de muren van de organisatie. Wat staat er in de weg?

Van der Toorn wijst op sociaal-psychologisch onderzoek dat laat zien welke mechanismen bijdragen aan het in stand houden van heteronormativiteit in de samenleving en op het werk. Vooroordelen zijn steeds subtieler geworden, stelt ze. Het is dan lastiger een vinger op die vooroordelen te leggen, maar ze veroorzaken wel gevoelens van ongemak die het contact moeilijker maken. Mogelijk zijn ze ook meer onbewust. Daar komt bij dat “bevooroordeelde mensen zichzelf bij voorkeur [zien] als onbevooroordeeld, juist in een samenleving waarin tolerantie zo hoog in het vaandel staat als in Nederland.” En intussen kiezen ze ervoor als ze dat kunnen, toch maar liever geen transgender collega aan het team toe te voegen.

Vooral het (schijnbare) afwijken van mannelijke of vrouwelijke genderrollen speelt volgens Van der Toorn in haar oratie, een grote rol in de negatieve oordelen over lhbt’ers. “Dit zou kunnen verklaren waarom de publieke opinie omtrent transgenders, die immers nadrukkelijker tegen gendernormen in lijken te gaan, een stuk minder positief is dan de opinie omtrent homo’s en lesbiennes. Slechts 51% van de Nederlandse bevolking heeft een positieve houding jegens transgenders.” Van der Toorn baseert zich hier op een publicatie van het SCP (Lisette Kuyper) uit 2016.

Kansen voor individu en organisatie

Blijkbaar zijn mensen geneigd de wereld zoals ze die zien, met dus die heteronormatieve norm, als eerlijk en rechtvaardig te beschouwen. “Dit geeft hen namelijk een gevoel van zekerheid, veiligheid en stabiliteit.” Vervelend gevolg is dat mensen afwijkingen van de norm afkeuren en ongelijkheid tussen groepen goedpraten en soms zelfs wenselijk achten. “Zo verandert er weinig.” Die instelling zou kunnen verklaren waarom veel religieuze mensen, die wel zeggen tolerant te zijn maar vaak sterker hechten aan traditie, meer weerstand hebben tegen bijvoorbeeld het homohuwelijk.

Terug naar de inclusieve werkvloer, daar waar de aandacht van Van der Toorn vooral ligt. “Een enorme klus”, zegt ze, maar een uitdagende klus die vooral winst oplevert. Want het biedt kansen voor zowel het individu als voor de organisatie. “Een inclusief klimaat verhoogt het welzijn van werknemers en vergroot hun productiviteit en hun loyaliteit aan de organisatie.”

Daar wil ze aan werken. Bijvoorbeeld door meer inzicht te krijgen in de manieren waarop werknemers, wellicht onbewust en onbedoeld, bijdragen aan een heteronormatieve werkvloer. En waar de weerstand tegen diversiteitsbeleid in zit.

*) Van der Toorn (https://www.jvandertoorn.com/) is voor vier dagen in de week universitair hoofddocent Sociale & Organisatiepsychologie, aan de Universiteit Utrecht. De leerstoel in Leiden (0,2 fte) is een initiatief van de Universiteit leiden en de Workplace Pride Stichting en wordt gefinancierd door telecombedrijf KPN.

De volledige oratie is hier te vinden.

Tekst: Ton van den Born

Foto: Ed van Rijswijk